Technische datasheet bij elk product0181 776286
Voorbereiding

Welke ondergrond heb ik?

De ondergrond bepaalt welke primer je nodig hebt en hoeveel voorbereiding je vloer vraagt. Hieronder zie je de ondergronden die wij het vaakst tegenkomen, met een foto en de punten waar je op moet letten. Weet je het na het lezen nog niet zeker? Stuur ons gerust een foto.
Ondergrond: Cementdekvloer (zandcement)

Cementdekvloer (zandcement)

De meest voorkomende ondergrond in Nederlandse woningen: een grijze, licht korrelige zand-cementvloer die op de betonnen constructievloer is aangebracht.

Hoe herken je hem?

Grijs en zichtbaar korrelig, vaak met veegstrepen van de rei. Krast makkelijk met een schroevendraaier en geeft dan zandkorrels. Ligt meestal boven op de ruwe betonvloer, vaak met leidingen erin verwerkt. Klinkt dof als je erop klopt.

Waar moet je op letten?

Moet droog en stevig zijn: los zand of poeder betekent dat de bovenlaag te zwak is. Eerst goed schuren en stofzuigen, en altijd primeren omdat de vloer zuigt.

Ondergrond: Anhydriet dekvloer

Anhydriet dekvloer

Een gietbare dekvloer op basis van calciumsulfaat, veel toegepast bij vloerverwarming omdat hij naadloos en vlak wordt aangebracht.

Hoe herken je hem?

Zeer vlak en naadloos, lichter van kleur (licht grijs tot geel-beige). Vaak een dunne, iets glanzende cementhuid aan de bovenkant. Voelt gladder aan dan zandcement en is meestal in één vloeiende laag gegoten.

Waar moet je op letten?

Anhydriet is gevoelig voor vocht en moet echt droog zijn (meestal onder 0,5% CM). De zwakke cementhuid moet er altijd afgeschuurd worden voordat je primert.

Ondergrond: Monolithisch beton

Monolithisch beton

Een in één keer gestorte en machinaal vlakgemaakte betonvloer, veel te vinden in nieuwbouw, garages, schuren en bedrijfsruimtes.

Hoe herken je hem?

Hard, glad en vaak licht glanzend door het vlinderen met de betonschijf. Krast nauwelijks en klinkt hard en helder als je erop klopt. Meestal zonder aparte dekvloer erop.

Waar moet je op letten?

De gladde toplaag hecht slecht: die moet mechanisch open (kogelstralen of diamantschuren). Let op optrekkend vocht bij vloeren zonder folie eronder.

Ondergrond: Egaline / uitvlaklaag

Egaline / uitvlaklaag

Een dunne, zelfnivellerende egalisatielaag die over een bestaande vloer is gegoten om hem vlak te maken.

Hoe herken je hem?

Heel vlak en glad, meestal lichtgrijs of wit-grijs, in een dunne laag (2-10 mm) over de oude vloer. Aan randen zie je vaak de overgang naar de oudere ondergrond.

Waar moet je op letten?

Gebruik alleen cementgebonden, vezelversterkte egaline die geschikt is voor gietvloeren. Zwakke of te dun uitgelopen egaline moet eraf.

Ondergrond: Tegelvloer

Tegelvloer

Een bestaande keramische of natuurstenen tegelvloer die je niet wilt slopen, daar kun je in veel gevallen gewoon overheen.

Hoe herken je hem?

Zichtbare tegels met voegen. Klinkt hol op plekken waar een tegel loszit.

Waar moet je op letten?

Klop alle tegels na: loszittende tegels eerst verwijderen en uitvlakken. Voegen en niveauverschillen eerst egaliseren, en de glazuurlaag opruwen zodat de primer grip krijgt.

Ondergrond: Houten vloer (dubbellaags multiplex)

Houten vloer (dubbellaags multiplex)

Een houten ondervloer, bijvoorbeeld op een verdieping of in een houtskeletbouwwoning. Werkt alleen met een stijve, dubbellaagse opbouw.

Hoe herken je hem?

Verende, licht bewegende vloer die hol klinkt. Je ziet plaatnaden of planken, en hoort soms gekraak bij belopen.

Waar moet je op letten?

Moet kraakvrij en stijf zijn: twee lagen multiplex, verlijmd en verschroefd, naden verspringend. Een te veerkrachtige vloer geeft scheuren in de gietvloer.